>>>Adrenogenitaal syndroom

Adrenogenitaal syndroom

De VSOP en het BijnierNet werken aan de ontwikkeling van een kwaliteitsstandaard voor adrenogenitaal sdyndroom.

Het adrenogenitaal syndroom (AGS) of congenitale bijnierschors hyperplasie (CAH) is een aangeboren afwijking van de hormoonproductie in de bijnierschors. Het is een erfelijke aandoening die veroorzaakt wordt door een enzymdeficiëntie ten gevolge van een autosomaal recessief genetisch defect.
AGS wordt in 95% van de gevallen veroorzaakt door  mutaties in het CYP21A2 gen. Dit gen codeert voor het enzym 21-hydroxylase (P450c21) in de bijnier. Dit enzym zorgt voor omzetting van 17-hydroxyprogesterone (17-OHP) in 11-deoxycortisol en voor omzetting van progesteron in deoxycorticosteron.  Door de 21-hydroxylase deficiëntie wordt de productie van cortisol en aldosteron geblokkeerd. Door een verminderde negatieve terugkoppeling, zal het hormoon ACTH dat in de hypofyse wordt gemaakt,  de bijnieren blijven stimuleren. De bijnieren worden hierdoor groter en gaan harder werken. Hierdoor ontstaat een overschot aan androgenen. Mutaties in CYP21A2 komen het meest voor, maar mutaties in 11beta-hydroxylase (CYP11B1), 3beta-hydroxysteroid dehydrogenase (HSD3B2), 17alfahydroxylase (CYP17A1), P450 oxidoreductase (PORD) en steroidogenic acute regulatory protein (StAR) zijn ook beschreven. De ernst en gevolgen van de hormonale afwijkingen is afhankelijk van de resterende enzymwerking.

Klassieke AGS

1. Klassieke zoutverliezende vorm
De meest ernstige vorm van AGS is de klassieke zoutverliezende vorm. Hierbij is de enzymwerking <1%. Zonder behandeling treedt al direct bij de geboorte zoutverlies op, met uitdrogingsverschijnselen tot gevolg. Door hypocortisolisme kan een bijniercrisis ontstaan. Door het overschot aan androgenen is er bij meisjes sprake van vermannelijking van de uitwendige geslachtsorganen. In de vroege kindertijd kan er een vroege groeispurt ontstaan ten gevolge van een hoge concentratie  androgenen (of te hoge concentratie van cortison behandeling), en het vroeg rijpen en sluiten van de groeiplaten waardoor de uiteindelijke lengte onder het gemiddelde komt.
2. Klassieke viriliserende vorm
Deze vorm van klassieke AGS is milder omdat er geen sprake is van zoutverlies. Er is een hypocortisolisme en een overschot aan androgenen. Bij meisjes is bij de geboorte sprake van vermannelijking van de uitwendige geslachtsorganen. Bij jongens wordt deze vorm nu bij het hielprikprogramma ontdekt.

Niet klassieke AGS
Deze vorm van AGS wordt meestal pas op latere leeftijd ontdekt. Het klinisch beeld varieert van asymptomatisch tot verschillende gradaties van klachten en verschijnselen van androgeen overschot en cortisol deficiëntie. Bij vrouwen kan sprake zijn van acne, hirsutisme en menstruatiestoornissen. Bij mannen zijn de tekenen minder duidelijk.
Problemen die zich kunnen voordoen bij patiënten met AGS zijn:

  • Relatief kleine eindlengte
  • Overgewicht
  • Fertiliteitsproblemen
  • Virilisatie (uitwendige geslachtsorganen, acne <33%>, hirsutisme <59%>, lage stem bij vrouwen, alopecia <6-19%>)
  • Seksuele stoornissen
  • Verandering van sekse specifieke gedragingen/genderidentiteit problemen
  • Verminderde botdichtheid

Klassieke AGS komt voor bij 1 op 10.000-20.000 geboorten. Niet klassieke AGS komt voor bij 0.1-0.2% van de populatie. Jaarlijks worden in Nederland ongeveer 15-20 kinderen geboren met AGS. De incidentie van dragers in de algehele populatie is 1 op 50-71.